|

In een wooncentrum wonen zo’n 14 tot 65 cliënten die (zeer) intensieve verzorging en ondersteuning nodig hebben. Dit zijn mensen met een matige tot ernstige of zeer ernstige verstandelijke handicap, die vaak ook lichamelijke handicaps hebben. Er is 24 uur per dag begeleiding en toezicht aanwezig. ’s Nachts zijn er voor het hele centrum altijd één of meer wakende wachten of slaapwachten.
Een wooncentrum bestaat uit meerdere groepswoningen (voor zes tot negen bewoners) bij elkaar. Deze groepswoningen hebben een eigen tuin, een eigen voordeur en een gemeenschappelijke huiskamer met keuken. Alle huizen zijn verschillend en elk huis is aangepast aan de bewoners.
|
|
Dicht bij het wooncentrum is een dagcentrum waar veel bewoners gebruik van maken.
Iedere cliënt heeft een eigen kamer. Er zijn aangepaste badkamers en wc’s voor mensen met een lichamelijke beperking. De begeleiders stimuleren de cliënten om mee te doen met dingen in huis zoals tafel dekken en de afwas doen. De cliënten drinken meestal samen koffie en thee en zij eten met elkaar.
Het wooncentrum geeft bewoners een huiselijke, stimulerende en veilige omgeving. Vanuit deze veilige omgeving kunnen zij de wereld op hun eigen manier beleven en eraan deel nemen.
Aan drie wooncentra is een pastoraal werker verbonden, die onder meer zorgt voor de zondagse vieringen die maandelijks plaats vinden. De pastoraal werker biedt ook ondersteuning bij vragen op gebied van levensbeschouwing.
De begeleiders van het wooncentrum zorgen voor invulling van de vrije tijd van een cliënt in de avond en in het weekend. Er zijn ook veel vrijwilligers die samen met de bewoners iets ondernemen: een wandelingetje of samen winkelen. Mensen kunnen tevens buiten het wooncentrum activiteiten volgen, zoals paardrijden, zwemmen, instuif of een disco.
|